Loon werkneemster die vervangende arbeid weigert moet doorbetaald worden

Loon werkneemster die vervangende arbeid weigert moet doorbetaald worden

Inleiding

In een uitspraak van 9 december 2014 (Hof Amsterdam 9 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5117), oordeelt het Hof Amsterdam dat het loon van een werkneemster die weigert werk uit te voeren dat afwijkt van de taakomschrijving uit het arbeidscontract onder omstandigheden moet worden doorbetaald.

De werkgever in deze zaak is van mening dat de werkneemster niet in staat is de arbeid die is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst naar behoren uit te voeren. Het Hof acht het voorstel tot verrichten van passende arbeid op grond van de omstandigheden niet redelijk en oordeelt dat de werkgever het loon van de werkneemster over de periode dat zij geen arbeid heeft verricht toch moet betalen.

Feiten

Voor zover arbeidsrechtelijk van belang volgt hier een korte samenvatting van de feiten en het procesverloop in eerste aanleg.

Op 1 april 2012 is werkneemster in dienst getreden bij Spencer Stuart International (SSI). Het betreft een arbeidsovereenkomst voor twaalf maanden, die eindigt op 31 maart 2013. Werkneemster is volgens de arbeidsovereenkomst aangenomen in de functie van Executive Assistant, hetgeen inhoudt dat zij één op één als persoonlijk assistent een consultant van het bedrijf zal bijstaan.


Na een aantal weken volgt een evaluatiegesprek. Hierin geeft SSI aan dat zij op dat moment ontevreden is over het functioneren van werkneemster. SSI kondigt aan dat over twee weken een nieuw evaluatiemoment volgt, aan de hand waarvan bepaald zal worden of de wegen van beide partijen voortijdig zullen scheiden. Twee weken later volgt een e-mail waarin SSI aangeeft dat zij onvoldoende vertrouwen heeft in de werkneemster in de functie van Executive Assistant. Iemand anders gaat deze functie in de toekomst vervullen. Vanaf het moment dat haar taken overgenomen worden, dient werkneemster volgens SSI beschikbaar te zijn voor passend vervangend werk.

Werkneemster meldt zich daarna ziek en bezoekt de bedrijfsarts. Deze acht haar arbeidsgeschikt. SSI maant werkneemster vervolgens per brief aan haar werk te hervatten. Omdat werkneemster dit weigert, wordt haar loonbetaling door SSI stopgezet. De arbeidsovereenkomst wordt door de kantonrechter met ingang van 1 mei 2013 ontbonden.

De kantonrechter

Werkneemster wendt zich vervolgens tot de kantonrechter. Zij vordert SSI te veroordelen tot doorbetaling van haar salaris tot het moment waarop haar arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd. Zij stelt daartoe dat dat het niet verrichten van werkzaamheden uitsluitend voor rekening en risico van SSI komt. Reden daarvan is dat de aangeboden werkzaamheden niet passend waren: de vervangende werkzaamheden betroffen een veel algemenere, ondersteunende taak dan de functie waarvoor zij was aangenomen.

De kantonrechter verwijt de werkneemster echter dat zij onvoldoende heeft meegewerkt aan haar re-integratie. Op grond van art. 7:629 lid 3 sub d BW heeft zij daarom volgens de kantonrechter vanaf het moment dat zij het door SSI opgedragen werk weigerde, geen recht meer op loon.

Hoger beroep

Werkneemster gaat tegen de uitspraak van de kantonrechter in hoger beroep. Zij meent dat de kantonrechter ten onrechte heeft aangenomen dat art. 7:629 lid 3 BW van toepassing is. Volgens werkneemster is in plaats daarvan art. 7:628 BW van toepassing. Op grond van dit wetsartikel heeft een werknemer die geen arbeid heeft verricht toch recht op loon, indien de oorzaak van het niet verrichten van arbeid in redelijkheid voor rekening van de werkgever dient te komen. Werkneemster is naar eigen zeggen in de eerste plaats niet geïnformeerd op welke punten zij tekortschoot in haar eigen functie. Zij werd daarnaast niet in staat gesteld zich te verbeteren, maar meteen uit haar functie ontheven en aan het werk gezet in een nieuwe functie zonder inhoud.

De werkgever stelt zich op het standpunt dat gewoon de hoofdregel van toepassing is: ‘geen arbeid, geen loon’ (art. 7:627).

Geen arbeid, wel/geen loon?

Art. 7:627-7:629 BW regelen gezamenlijk de vraag onder welke omstandigheden een werknemer recht op loon behoudt indien hij niet werkt. Art. 7:627 BW bevat de hoofdregel: ‘Geen loon is verschuldigd voor de tijd gedurende welke de werknemer de bedongen arbeid niet heeft verricht’. Dit inhoud van dit artikel wordt ook wel samengevat als ‘geen arbeid, geen loon’.

Art. 7:628 lid 1 BW bevat een uitzondering op art. 7:627 BW: een werknemer behoudt zij recht op loon indien de oorzaak van het niet verrichten van arbeid voor rekening van de werkgever behoort te komen. Dit artikel heeft niet alleen betrekking op de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeid, maar ook op ‘passende arbeid’ in het geval een werknemer niet in staat is de overeengekomen arbeid te verrichten. Uit art. 7:611 BW kan voortvloeien dat een werknemer een voorstel tot het verrichten van alternatieve arbeid moet verrichten (HR 26 juni 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2688 (Van der Lely/Taxi Hofman). In het arrest Stoof/Mammoet (HR 11 juli 2008,  ECLI:NL:PHR:2008:BD1847), is deze uitspraak gerelativeerd. Volgens deze uitspraak zijn bij het eenzijdig wijzigen van de arbeidsvoorwaarden door de werkgever twee vragen van belang: (1) Kan een werkgever als goed werkgever voldoende aanleiding vinden in de omstandigheden van het geval om tot een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden over te gaan? en (2) Is een werknemer in redelijkheid gehouden dit wijzigingsvoorstel te accepteren?

Terug naar het vonnis

Het Hof oordeelt dat vaststaat dat SSI werkneemster niet heeft toegelaten tot het verrichten van de bedongen arbeid. Volgens het Hof betekent dit dat werkneemster de arbeid daarom niet heeft verricht door een reden die in beginsel voor rekening van de werkgever hoort te komen. Dit is anders indien op grond van de omstandigheden van het geval geoordeeld kan worden dat sprake is van een redelijk voorstel van de zijde van SSI voor passende arbeid (r.o. 3.8, vgl. het arrest Stoof/Mammoet hierboven).

 In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag of het slechte functioneren van werkneemster voldoende is om van gewijzigde omstandigheden te spreken die het handelen van de werkgever rechtvaardigen. Volgens het Hof is dit niet het geval. Zij verwijt de werkgever vooral dat zij werkneemster slechts een zeer korte termijn voor verbetering heeft gegund. Ook het feit dat onvoldoende inzicht is gegeven aan werkneemster waar het in haar functioneren aan schortte pleit niet in het voordeel van de werkgever. Volgens Het Hof moet daarom aangenomen worden dat de bedongen arbeid door werkneemster niet verricht is door een oorzaak die voor rekening van SSI behoort te komen.

Deze uitspraak van het Hof wijkt niet af van eerdere rechtspraak van de Hoge Raad. Wel geeft zij invulling aan ‘de omstandigheden van het geval’ uit het arrest Stoof/Mammoet. Het feit dat een werknemer niet naar behoren functioneert is volgens het Hof niet een omstandigheid die op zichzelf een voorstel tot passende arbeid van een werkgever aan een werknemer rechtvaardigt. De omstandigheden van het geval kunnen tot een andere conclusie leiden. Blijkens deze uitspraak mag van een werkgever in ieder geval verwacht worden dat deze een niet naar behorende functionerende werknemer de gelegenheid geeft om zich te verbeteren, of deze in ieder geval voldoende inzicht te geven in de oorzaken van het disfunctioneren. Doet een werkgever dit niet, dan kan een werknemer met behoud van loon een voorstel voor het verrichten van andere (passende) arbeid weigeren.

Wet Werk en Zekerheid

Op 14 juni 2014 is de wet Werk en Zekerheid aangenomen. Deze brengt met ingang van 1 januari 2015 in verschillende fasen wijzigingen aan in arbeidswetgeving. In de toekomst zal art. 7:627 BW komen te vervallen. De verwachting is dat deze wijziging feitelijk geen grote veranderingen zal bewerkstelligen in de risicoverdeling tussen de werkgever en de werknemer (zie p. 87 van de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel WWZ, Kamerstukken II 2013/14, 33 818, 3).

Door: Mr. R.M.T. van Berlo

Vragen?

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan vrijblijvend contact op met LenaertsVoorvaart Advocaten voor deskundig juridisch advies. Wij kunnen u ook van dienst zijn indien u als werknemer of werkgever vragen heeft met betrekking tot de nieuwe wet Werk en Zekerheid of over arbeidsrecht in het algemeen.

Een gedachte over “Loon werkneemster die vervangende arbeid weigert moet doorbetaald worden

  1. Pingback: V&D matigt de lonen van haar werknemers: mag dat? | LenaertsVoorvaart Advocaten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s