Stelselvernieuwing Rechtsbijstand

Er is nogal wat te doen rondom de (gesubsidieerde) rechtsbijstand. En, zo blijkt recentelijk, niet alleen op nationaal niveau.

Geplande stelselvernieuwing rechtsbijstand

Al in 2011 uitte Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justie zijn voornemen het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand te vernieuwen. Na deze aankondiging heeft in 2011-2012 onder andere een consultatie bij belanghebbende partijen plaatsgevonden. Een en ander heeft uiteindelijk geleid tot een concept wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de Rechtsbijstand. Dit voorstel is in november 2014 gepubliceerd.

Doel van de nieuwe regeling is het effectiever en efficiënter omgaan met juridische problemen. Een van de maatregelen is gebaseerd op het idee dat veel juridische problemen ook buiten de rechtszaal om opgelost kunnen worden door bijvoorbeeld zelfhulp, mediation en allerlei andere vormen van (rechts)hulpverlening.

Belangrijk middel om bovenstaand doel te bereiken is de verplichting onder het nieuwe wetsvoorstel van een strengere selectie voor rechtzoeken die een aanvraag doen voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Zij zullen zich voortaan eerst moeten melden bij de ‘eerstelijns rechtshulp’. Daar wordt dan gekeken of in het concrete geval voorlegging aan de rechter de voorkeur verdient of dat beter via een andere weg naar een oplossing moet worden gezocht. Deze gang van zaken wordt in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel de ‘noodzakelijkheidstoets’ genoemd (zie p. 18-19 MvT). Rechtsbijstand in de vorm van eenvoudige behandeling of op basis van een toevoeging wordt vervolgens alleen verleend indien de noodzakelijkheidstoets doorstaan wordt. Op dit moment kan een rechtzoekende zelf nog bepalen of hij voor toevoeging naar een advocaat gaat of eerst naar het juridisch loket.

De discussie over de situatie in Nederland

Staatssecretaris Teeven:
Er moet dus volgens Teeven bezuinigd worden op de rechtsbijstand in Nederland. Volgens de Staatssecretaris is het leidend criterium voor de nieuwe wet daarbij wél nog steeds het waarborgen van de toegang tot de rechter voor een ieder.

NOVA:
Onder andere de Nederlandse Orde van Advocaten (NOVA) heeft grote bedenkingen bij het plan van de Staatssecretaris. De Orde vreest een verlies aan kwaliteit van de verleende rechtshulp, doordat rechtzoekenden die gefinancierde bijstand verlangen verplicht zijn om in eerste instantie kloppen bij het Juridisch Loket. Er zou bij de eerstelijns rechtshulp te weinig capaciteit zijn. In veel gevallen zal bovendien alsnog verwijzing naar een advocaat nodig zijn.

Of het nieuwe wetsvoorstel de toegang tot de rechter voor een ieder voldoende waarborgt, zal uiteindelijk een vraag zijn in het licht van art. 6 EVRM.

Art. 6 EVRM
Los van de vragen rond de praktische haalbaarheid van het nieuwe voorstel, kan dus de vraag gesteld worden of het voorstel de toets van art. 6 EVRM wel kan doorstaan. Dit artikel tracht immers de gang naar de rechter te waarborgen. In een advies aan het bestuur van de Vereniging advocaat Sociale Advocatuur Nederland wordt door Stibbe op die vraag scherp en uitgebreid ingegaan. Voor een uitgebreide behandeling van deze vraag verwijs ik dan ook naar dat rapport.

Een korte recapitulatie:

In Europese rechtspraak (o.a. Ashingdane t. Verenigd Koninkrijk) is bepaald dat de vrijheid van toegang tot de rechter niet absoluut is. De overheid mag deze vrijheid beperken ter bereiking van een gerechtvaardigd doel, waaronder niet een louter financieel doel valt (Podbielski en PPU Polpure t. Polen). De beperking moet voorts geschikt zijn om het doel te bereiken en de beperking mag niet zo ver gaan dat de toegang tot de rechter in de kern wordt aangetast. Het zorgen voor een goed functionerend systeem van rechtsbedeling kan echter wél een legitiem doel zijn.

De staat mag dus zeer zeker de toegang tot de rechter in zekere mate beperken. Bij de beoordeling van de vraag of maatregelen de toets van art. 6 EVRM kunnen doorstaan dient de nationale (!) rechter te kijken naar de omstandigheden van het concrete individuele geval. In de (Europese) Rechtspraak zijn voor deze beoordeling gezichtspunten ontwikkeld (zie het advies van Stibbe). Belangrijk zijn bijvoorbeeld de grootte van het belang van de rechtzoekende, zijn financiële mogelijkheden, de kans op succes en de verhouding van de kosten en de baten van een procedure.

De in te voeren verplichting om in eerste instantie aan te kloppen bij het juridisch loket lijkt dus niet per se schending van art. 6 EVRM op te leveren. In de MvT valt te lezen dat de maatregel niet alleen ingegeven is door financiële belangen; de staatssecretaris denkt dat de maatregelen uiteindelijk zullen leiden tot een effectiever en beter werkend rechtssysteem.

Dit neemt niet weg dat de vraag of de maatregel schending van art. 6 EVRM oplevert uiteindelijk af zal hangen van de vraag of in de omstandigheden van een individueel geval de gang naar de rechter al te zeer beperkt wordt. Bovendien hangt het antwoord niet alleen af van de nieuwe maatregel. Alle bestaande wetgeving en nog in te voeren wetgeving tezamen vormt immers het kader waarbinnen beoordeeld moet worden of voldoende toegang tot de rechter bestaat. De vraag naar eventuele schending van art. 6 EVRM is dus niet op voorhand en op basis van louter dit wetsvoorstel te beantwoorden.

Actualiteiten rondom (al dan niet gefinancierde) rechtsbijstand

  • Terwijl in Nederland de discussie de discussie over matiging van de uitgaven aan rechtsbijstand hevig woedt, bericht Het Advocatenblad op 8 december jl. dat vanuit Europa juist geluiden komen voor méér rechtsbijstand. De Nederlandse regering staat, gezien het bovenstaande weinig verrassend, op dit moment op de rem.
  • Bij het doorvoeren van de Nederlandse wetsherzieningen omtrent de rechtsbijstand lijkt op dit moment overigens ook zand in de machine gekomen. De Eerste Kamer gaat het debat rechtsstaat dit jaar niet meer voeren. Teeven heeft aangegeven het debat af te wachten voordat tot bezuinigingen wordt overgegaan. NOVA twittert op 10 december jl. hierover als volgt: ‘Betekent dit dat de invoerdatum van 1 januari 2015 voor de bezuinigingen komt te vervallen? Wij zijn benieuwd!’. Een interessante vraag…

Conclusie

De Nederlandse overheid is ongetwijfeld nog steeds voornemens flink in de gefinancierde rechtsbijstand te snijden. Het blijft bij doorvoering van de maatregelen de vraag of het geheel aan Nederlandse wetgeving op dit gebied in de nabije toekomst niet door de ‘ondergrens’ van art. 6 EVRM zal zakken. Die vraag laat zich op voorhand niet gemakkelijk beantwoorden. De doorvoering van de maatregelen lijkt op dit moment in ieder geval vertraging op te lopen. Teeven wenst eerst een debat af te wachten. Interessant is de vraag of het debat over de rechtsbijstand op Europees niveau ook zijn weerslag zal hebben op het debat in Nederland.

To be continued…

Door: Mr. R.M.T. van Berlo

Links

Publicatie Advocatenblad
Advies van Stibbe over de nieuwe maatregelen in verhouding tot art. 6 EVRM
Concept Wetsvoorstel Rechtsbijstand en Memorie van Toelichting
EHRM 28 mei 1985, Ashingdane t. Verenigd Koninkrijk (8225/78)
EHRM 26 juli 2005, Podbielski en PPU Polpure t. Polen (39199/98)

Een gedachte over “Stelselvernieuwing Rechtsbijstand

  1. Pingback: Stelselvernieuwing rechtsbijstand: update | LenaertsVoorvaart Advocaten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s